Club Solo 2019

Michèle Matyn


Wanneer je de tentoonstellingsruimte van Michèle Matyn bij Club Solo in Breda binnengaat, is er even onzekerheid.
De scherpte van het contrast tussen kunstruimte en alles wat daar, ontbreekt hier. Buiten staan wat tafeltjes op de stenen bestrating, wat kopjes hier en daar, enkele mensen die wat drinken.
Ook binnen staan wat mensen, er is een doek gedrapeerd door de ruimte, twee kleine jongens spelen, hier en daar zijn wat kleine objecten nonchalant uitgestald, schijnbaar net zo achteloos als de kopjes buiten op tafel. De grens tussen wat per ongeluk ergens is beland en wat een beetje vreemd en anders is dan het dagelijkse leven, blijft voor een moment onduidelijk. De ruimte binnen is slechts een subtiele verschuiving ten aanzien van de wereld erbuiten; een die de zintuigen verscherpt en waardoor je na enige tijd de eigenzinnigheid in de details waarneemt.

Deze ruimte is gevuld met allerlei objecten, losjes verspreid door de hele ruimte maar toch verre van willekeurig gearrangeerd. Een lang stuk glanzend en regenboogkleurig doek suggereert een parcours door de ruimte die leidt langs allerhande zaken, zoals een puddingpot overladen met popcorn, versteende tomaatjes die hier en daar uit de muur steken, keramieken vingerhoedjes die, als je ze tegen elkaar tikt, fungeren als castagnetten.
Aan weerszijden hangen, geprint op lange stroken papier, uitvergrote polaroids van imponerende en mystiek ogende knokige bomen in schimmige kleuren. Midden op de route staat een grote bobbelige glijbaan die zich in tweeën splitst, waardoor er een Y-vorm ontstaat. Het geheel laat zich aan de ene kant lezen als een materieel spoor van een wilde uitspatting of van een mysterieuze bijeenkomst die hier heeft plaatsgevonden, misschien van een zonderlinge sekte, waar ieder moment plechtige rituelen kunnen plaatsvinden.
Tegelijkertijd zijn alle afzonderlijke elementen, objecten, bouwsels, touwen, stukken kurk en foto's heel herkenbaar, zoals je ze in het dagelijks leven ook regelmatig tegenkomt. Het is de ruimte zelf, het arrangement dat alles een zekere geladenheid geeft.

Veel projecten van Michèle Matyn gaan gepaard met intensieve reizen. Haar haast nomadische bestaan naar verre en nabije oorden zijn een essentieel onderdeel van haar werk. De avontuurlijke reizen en wandeltochten naar de meest desolate plekken en onder extreme omstandigheden, ondernam zij eerder al als toerist, een gewoonte die zij later integreerde in haar kunstenaarspraktijk. Van Canada, China, Noord-Ossetië tot Texas en Lapland, maar ook binnen haar thuisland België is zij getrokken met een haast antropologisch oog. Al reizende observeert ze mensen, gewoonten, cultuur, gebruiken, rituelen, landschap en materialen. Haar zogenaamde antropologische observaties zijn niet die van een wetenschapper maar worden gekleurd door haar intens persoonlijke beleving: haar gevoeligheid voor de natuur, fascinatie voor eeuwenoude volksverhalen en gewoonten, locale mythen en sagen, door alles wat op haar pad komt en haar intrigeert.

De polaroid foto is een belangrijk medium voor Matyn waarmee zij haar observaties vastlegt. Maar anders dan in de documentaire fotografie zijn de polaroids voor Matyn eerder een omkering van het afstandelijke en neutrale standpunt. De typisch warme kleuren en de wazige onscherpte zijn het gevolg van imperfecties en toevalligheden, eigen aan het automatisme van de camera. Precies deze vervorming - de picturale poëzie van de polaroid - omarmt Matyn. Observatie en registratie veranderen gedurende het proces, beïnvloed door haar deelname. Zij doet geen enkele moeite haar persoonlijke fascinaties, privéleven en professioneel werk te scheiden, maar deze zijn intens met elkaar vervlochten. De vervorming en observatie zijn niet langer uit elkaar te halen en worden één geheel, een aaneenschakeling van vondsten en ingrepen.

In 1934 beschreef de Amerikaanse filosoof, psycholoog en pedagoog John Dewey hoe de esthetische vorm, zoals gevangen in de beeldende kunst, slechts een kort moment van consolidatie is in een groter proces van leven: verlangen, onderzoeken, verkrijgen en consolideren.
“The juice expressed by the wine press is what it is because of a prior act, and it is something new and distinctive. It does not merely represent other things. Yet it has something in common with other objects and it is made to appeal to other persons than the one who produced it. A poem and picture present material passed through the alembic of personal experience. Their material came from the public world and so has qualities in common with the material of other experiences, while the product awakens in other persons new perceptions of meanings of the common world. The oppositions of individual and universal, of subjective and objective (…) have no place in the work of art. Expression as personal act and as objective result are organically connected with each other.”

Deze omschrijving lijkt precies het werk en de benadering van Michèle Matyn te passen. Ook voor de tentoonstelling in Club Solo heeft de kunstenaar zich laten inspireren door de verschillende periodes die zij samen met haar twee zoontjes op verschillende reizen heeft doorgebracht. Een daarvan vond gedurende twee maanden plaats in Andalusië. Hier werkten en leefden zij als een drieledig collectief, waarbij opnieuw werk, omgeving en (familie)leven lastig te ontwarren waren. De directe fysieke omgeving van de Andalusische natuur, de Spaanse cultuur en haar dagelijks leven dat zich hier temidden afspeelde hebben het werk mede vormgegeven. De Y-vormen van de eeuwenoude kurkeiken die heuvels bekleden, hebben de gedaante van een figuur die de handen omhoog slaat. Tegelijk is het een soort drie-eenheid: waar twee samenkomen en als een verder gaan, of waarin een zich opsplitst. ‘WhY’? vroegen deze kronkelende bomen aan Matyn. Zij pakte de vraag op en probeert antwoorden te vinden in de directe verbinding met het materiaal: de bomen, de klei, via het tekenen en fotograferen, en via het werken en leven met haar zoontjes.

Het werk komt voort uit een omgaan met de directe fysieke omgeving, de natuur en cultuur, het leven met elkaar, het opnieuw bouwen met gevonden materiaal. De ruimte is een weerspiegeling van dit proces, waarin alle zintuigen worden geprikkeld. Een materiaalonderzoek met klei, pudding, textiel, schuim is doorspekt met talloze referenties, niet alleen naar de natuur en het materiaal, maar ook naar de Spaanse Mariavererende cultuur. De rituele cultuur die de Maria van de Smarten omgeeft, laat zich naadloos verenigen met deze mengelmoes, waarin ook de locale Bredase geschiedenis wordt opgenomen.

Wanneer je naar de tweede verdieping loopt, wordt dit duidelijk. Struinend door stad en geschiedenis stuitte Matyn op het historische voorval uit de Tachtigjarige oorlog, waarbij Maurits van Nassau in 1590 met een list Breda wist te heroveren op de Spanjaarden die de stad op dat moment onder hun bewind hadden. Als een Trojaans paard leidde de graaf een turfschip de stad binnen met een buik vol met soldaten die ’s nachts de Spaanse troepen wisten te overmeesteren. De schipper vervoerde regelmatig turf naar het Kasteel van Breda, waar de Spaanse troepen gelegerd waren. Omdat hij zo vaak kwam, werd zijn schip niet meer gecontroleerd en wist zo het leger binnen te smokkelen.
Het lijkt geen toeval te zijn dat Matyn zich tot dit verhaal voelt aangetrokken. Turf is een materiaal dat op fysieke wijze geschiedenis in zich draagt. Turf vormt zich over een periode van honderden jaren uit afgestorven planten in de moerassige veengebieden tot een metersdikke veenlaag. Die werd vervolgens weggestoken en opgebaggerd. Mens en natuur hebben hun sporen achtergelaten, het sompige materiaal werd gedroogd en de aarde werd vervolgens letterlijk verbrand om de huishoudens warm te houden, om mee te koken of te smeden.
De zaal op de tweede verdieping is gevuld met de bakstenen omhulsels die Matyn voor de verdwenen turfbroden heeft gemaakt. De oorspronkelijke turfbroden vormden als het ware een imaginaire mal voor deze bakstenen. Eenmaal gebakken, resteert de mal. De fysieke vorm van het turf bepaalde in dit geval de vorm van de holle bakstenen, een afdruk gevend, een spoor achterlatend van wat er was.

De bakstenen kisten waren op hun beurt weer aanleiding voor nieuwe ontmoetingen en dienden als materiaal voor verdere verkenningen. Op een andere reis die Michèle naar Finland maakte, ontdekte ze aan de kust decennia oude, soms eeuwenoude inscripties in de rotsen. Het zijn zeer gedetailleerd en ambachtelijk gegraveerde tekens, zoals harten, ankers, jaartallen en berichten in mysterieuze codes die de rotsen versieren gelijkend een versteende torso van een vol getatoeëerde zeebonk. Lieten zeevaarders daar berichten achter voor hun geliefden en gemisten, of waren het de hartekreten van de achterblijvers? Hierdoor geïnspireerd zijn Ewoud en Bernhard, de twee zoontjes van Matyn, aan de slag gegaan met de nog zachte klei van de bakstenen omhulsels die zij ijverig hebben betekend met hun eigen tekeningen en berichten, uiteenlopend van haarkwallen tot zonsopgang en tekens die alleen voor intimi betekenis lijken te dragen.

De hele ruimte toont sporen en resten van een continu proces van vinden, verwerken, bewerken, interpreteren, verhuizen en transformeren tot iets nieuws door Matyn en de haren. Als bezoeker voel je je welkom, alsof je mee mag doen in een zeer levende omgeving waarin Ewoud en Bernhard, wanneer zij de zin voelen, vermomd als regenbooghelden het parcours bestormen, de glijbaan beklimmen, onderweg uit de popcornpot eten en schepen bouwen van de bakstenen. Deze ruimte toont niet alleen een puur fysiek proces. Het materiaal, de vondsten en de foto’s creëren met elkaar een nieuwe, maar moeilijk grijpbare lading.

In zijn pleidooi tegen de scheiding van de esthetische ervaring van de rest van het dagelijks leven, beschrijft John Dewey precies de crux van de ervaring die hier plaatsvindt:
“There are meanings that present themselves directly as possession of objects which are experienced. Here there is no need for a code or convention of interpretation; the meaning is as inherent in immediate experience as is that of a flower garden.”
De vaak als ‘verheven' beschouwde geestelijke zaken zijn volgens de filosoof niet puur verheven en van een andere wereld, maar gaan hand in hand met de alledaagse aardse, lichamelijke zaken. Voor hem was de esthetische, fysieke ervaring onderdeel van een groter proces van leven, dat de bron is die de meer zinnelijke materiële zaken laadt met een directe ervaring van betekenis:
“There is no limit to the capacity of immediate sensuous experience to absorb into itself meanings and values that in and of themselves would be designated 'ideal and 'spiritual'.”

Y? Het is niet een vraag waar Matyn lang bij kan blijven stil staan. Zij laat zich meevoeren in de continue stroom van aantreffen, toe-eigenen, transformeren en zich weer verder laten leiden door wat op haar pad komt. ‘Middels de dingen die we maken vinden we de antwoorden’ lijkt de respons van Matyn te zijn.

tekst: Dyveke Rood